advert mobile only

Debipersad: “Foutieve beslissingen regering zorgen voor downgrading naar junkstatus”

Foto: © SR Herald

Standard & Poor’s (S&P) verlaagde woensdag de soevereine kredietwaardigheid van Suriname van ‘B’ naar ‘CCC +’ en kende een negatief vooruitzicht toe. De belangrijkste trigger achter de verlaging door S&P is de economische schok van de pandemie en de daling van de olieprijzen. Ook zullen overheidstekorten en financieringsbehoeften op reeds hoge niveaus blijven bestaan.

Steven Debipersad, bestuurslid van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), zegt in gesprek met Suriname Herald dat de beoordeling van deze twee internationale kredietbeoordelaars de realiteit die burgers dagelijks voelen, alleen maar voor de zoveelste keer bevestigt.

“Het heeft te maken met het feit dat burgers al inleveren”, aldus de econoom. Hij geeft aan dat dit niet alleen komt door de nu geldende pandemie van COVID-19, maar ook door de foutieve beslissingen die zijn genomen door de regering en nog steeds genomen worden.

De kredietwaardigheid van Moody’s voor Suriname is voor het laatst vastgesteld op B2 met stabiele vooruitzichten. Fitch’s kredietwaardigheid voor Suriname werd voor het laatst gerapporteerd bij CCC met negatieve vooruitzichten.

Over het algemeen wordt een kredietwaardigheid gebruikt door staatsinvesteringsfondsen, pensioenfondsen en andere investeerders om de kredietwaardigheid van Suriname te meten, wat een grote impact heeft op de financieringskosten van het land.

Een CCC-rating vertegenwoordigt een obligatie of investering met een extreem hoog risico; banken mogen niet beleggen in obligaties met CCC-rating. CCC-obligaties zijn junk-obligaties. Een junk bond, ook wel ‘rommelobligatie’ genoemd, is een term die in de financiële wereld gebruikt wordt om een risicovolle obligatie met een hoog rendement, high yield, aan te duiden.

Debipersad geeft aan dat in het rapport slechts de nuances in verband met COVID-19 zijn veranderd, maar dat de realiteit vanaf 2019 hetzelfde is gebleven. Hij geeft verder aan dat er sprake is van een instabiele wisselkoers, met als gevolg dat de prijzen van goederen op hol zijn geslagen. Personen zijn volgens hem niet meer in staat om te kopen wat zij nodig achten.

“Het lijkt wel alsof de Centrale Bank van Suriname niet meer bij machte is”, aldus de econoom. Hij voegt eraan toe dat het niet alleen gaat om geïmporteerde goederen maar ook om lokaal geproduceerde goederen, omdat deze importcomponenten bevatten.

De aanname van de ‘Wet controle valutaverkeer en transactiekantoren’ op 21 maart in De Nationale Assemblee, verandert volgens Debipersad niet veel. Hij geeft aan dat de wet in het rapport ook is meegenomen.

“De wet neemt niet weg dat de overheid haar binnen- en buitenlandse schulden die zij in vreemde valuta heeft afgesloten zal moeten voldoen conform de overeenkomsten”, zegt Debipersad. Hij ziet geen verandering in de economische situatie op kort termijn tegemoet.

< Terug Naar overzicht Lees origineel artikel >